Mijn Op Stoom

IKK, hoe werkt dat?

IKK, hoe werkt dat?

De Wet IKK, wat betekent dat nu eigenlijk?

Op 1 januari 2018 gaat de Wet IKK in. Wat staat er eigenlijk in die wet? En wat betekent de nieuwe wet voor je werk bij Op Stoom? Daarover gaan we graag met je in gesprek tijdens een bijeenkomst bij jou op locatie. Sterker nog, we willen op een aantal onderwerpen ook graag horen hoe jij erover denkt!

Hieronder zetten we de belangrijkste regels en acties alvast voor je op een rijtje. Lees ze rustig door voordat we bij je langskomen, dan ben je goed voorbereid om met ons mee te denken én je weet precies welke vragen je wilt stellen.

IKK?

De Wet IKK staat voor Wet Innovatie en Kwaliteit in de Kinderopvang. Het doel van de wet is dat de kwaliteit van de kinderopvang verbetert. Dit zie je terug in een aantal nieuwe regels, aanscherping van bestaande regels en in de nadruk die gelegd wordt op de professionaliteit van jou en je vak.

De wet is goed samen te vatten in vier thema’s:
1. De ontwikkeling van het kind staat centraal
2. Veiligheid en gezondheid
3. Stabiliteit in de praktijk en meer ruimte voor pedagogisch maatwerk
4. Kinderopvang is een vak

1. De ontwikkeling van het kind staat centraal

Regel in Wet IKK: De vier pedagogische doelen van Riksen-Walrave – het bieden van emotionele veiligheid, het bevorderen van de persoonlijke competentie, het bevorderen van de sociale competentie en de socialisatie van kinderen door overdracht van algemeen aanvaarde normen en waarden – moeten zijn opgenomen in het pedagogisch beleid.

Actie voor Op Stoom: Geen, want deze vier doelen staan al in ons pedagogisch beleid. De doelen zijn zo concreet dat jij weet wat Op Stoom van je verwacht en wat dit betekent voor jouw manier van werken.

Regel in Wet IKK: Aan ieder kind wordt een mentor toegewezen. De mentor werkt op de groep waar het kind is geplaatst. Hij volgt de ontwikkeling van het kind, is het eerste aanspreekpunt voor ouders (en in de BSO ook voor het kind). De mentor hoeft niet persé een van de ‘vaste gezichten’ van het kind te zijn.

Actie voor Op Stoom: We willen graag van jou en je collega’s weten hoe het mentorschap zou moeten worden ingevuld. Aan de hand van jouw input maken we een omschrijving, deze nemen we op in het pedagogisch beleid. We wijzen aan ieder kind een mentor toe, dit leggen we schriftelijk vast en dit communiceren we aan ouders.

Regel in Wet IKK: PM’ers hebben ieder kind ‘in beeld’ en volgen het in zijn ontwikkeling. Zo kunnen ze aansluiten bij de ontwikkeling van het kind en het stimuleren de volgende stap te zetten. Een kindvolgsysteem is niet verplicht, wel planmatig volgen en registreren. In de dagopvang wordt aan ouders periodiek een gesprek over de ontwikkeling van hun kind aangeboden. De ouder is niet verplicht op dit aanbod in te gaan. In de BSO is een periodiek gesprek met ouders geen verplichting, maar vinden gesprekken plaats als dat nodig of gewenst is. Eventuele bijzonderheden in de ontwikkeling worden gesignaleerd en er wordt actie op ondernomen. In het pedagogisch beleidsplan is opgenomen hoe dit wordt georganiseerd.

Vanuit de dagopvang is de overdracht van gegevens over het kind naar basisonderwijs en BSO als maatregel opgenomen.

Actie voor Op Stoom: Met onze ‘Methode Welbevinden’ en de structuur van onze oudergesprekken en teamoverleggen voldoen we aan het in beeld hebben van kinderen, ze planmatig volgen en de registratie van de observatie. De bijlage bij het pedagogisch beleid ‘Wat als we ons zorgen maken om een kind’ omschrijft de procedure bij het signaleren van bijzonderheden in de ontwikkeling en wanneer we doorverwijzen naar externe hulpverlening. En voor de BSO is er ook nog het ‘Beleid Kinderen met bijzonder gedrag’.

Voor de overdracht van gegevens over een vierjarig kind ontvangt de ouder voortaan een extra Welbevindenverslag om aan school of BSO te geven. De ouder bepaalt dat in de meeste gevallen zelf. Bij de peuteropvang en IKC’s gelden hierover locatiespecifieke afspraken.

 

2. Veiligheid en gezondheid

Regel in Wet IKK: In dit beleid worden grote risico’s onderkend en worden maatregelen getroffen. Ook wordt beschreven hoe kinderen geleerd wordt om te gaan met kleine risico’s. Het beleid en het daarbij behorende plan van aanpak wordt ontwikkeld samen met de PM’ers. Het beleid en plan van aanpak worden actueel gehouden door periodieke evaluatie en na gebeurtenissen die daartoe aanleiding geven (bijv. verbouwing, ongeval en nieuwe inzichten).

In het beleid is ook de achterwachtregeling en het vierogenprincipe opgenomen.

Actie voor Op Stoom: In ons Beleid Veiligheid en ons Beleid Gezondheid staan alle verplichte onderwerpen al beschreven. Nieuw voor jou is het stukje over hoe we kinderen leren om te gaan met risico’s. Het actueel houden van het beleid betekent dat we allemaal alert moeten blijven op de omgeving waarin we kinderen opvangen. Dat doen we o.a. door een halfjaarlijkse observatie van je opvangruimte en door in gesprek te blijven over hoe we kinderen verantwoord leren omgaan met kleine risico’s.

Regel in Wet IKK: Er is altijd iemand met een gecertificeerd kinder-EHBO op de locatie aanwezig.

Actie voor Op Stoom: De scholing van alle PM’ers door Thea Pijnaker is in volle gang. We plannen jaarlijkse meerdere basis- en herhalingscursussen. Je certificaat is twee jaar geldig en het is je eigen verantwoordelijkheid om je tijdig aan te melden voor een cursus om je certificaat te verlengen.

 

3. Stabiliteit en meer ruimte voor pedagogisch maatwerk

Regel in Wet IKK:

Aan elke baby worden twee vaste PM’ers toegewezen. Op de dagen dat het kind komt, is altijd minimaal één van deze twee PM’ers werkzaam. Als de omvang van de stamgroep vraagt om inzet van meer dan twee PM’ers, dan mogen maximaal drie vaste PM’ers aan het kind worden toegewezen. Naast het ‘vaste gezicht’ kunnen andere PM’ers worden ingezet.

MaandagDinsdagWoensdagDonderdagVrijdag
PM’er APM’er BPM’er APM’er BPM’er A
PM’er ?PM’er ?PM’er ?PM’er ?PM’er ?

Bij vakantie en kortdurend verzuim geldt de eis van twee vaste gezichten niet. Voor kinderen met flexibele opvangdagen geldt deze vaste-gezichten-eis niet.

Actie voor Op Stoom: Al onze basisroosters voldoen aan deze eis. Op het groepsoverzicht aan de binnenkant van je kast leg je per baby vast wie de twee vaste gezichten zijn. Een van die gezichten is tevens de mentor van het kindje. We informeren ouders van baby’s over deze nieuwe regel. Nieuwe ouders informeren we tijdens het intakegesprek.

Regel in Wet IKK: Bij openingstijden van 7.30 tot 18.30 uur of meer per dag mag er maximaal drie uur per dag worden afgeweken van de vereiste beroepskracht-kind-ratio (BKR). Er mag nooit minder dan de helft van de vereiste BKR per groep worden ingezet. In het pedagogisch beleidsplan wordt opgenomen op welke tijden wel en op welke tijden niet wordt afgeweken van de BKR. Dit kan per weekdag verschillen, maar moet wel voor elke week hetzelfde zijn. De tijden waarop wordt afgeweken van de BKR, worden actief naar alle ouders gecommuniceerd.

Actie voor Op Stoom: We passen ons pedagogisch beleid en de roostering aan. Huidige ouders informeren we per e-mail. Nieuwe ouders lezen het op de website en in de ouderinformatie.

 

4. Kinderopvang is een vak

Regel in Wet IKK: Voor 1 januari 2023 moeten alle PM’ers beschikken over niveau B2/3F voor mondelinge taalvaardigheid (gesprekken voeren, luisteren en spreken).

Actie voor Op Stoom: Beschik je niet aantoonbaar over taalniveau 3F/B2, dan word je vanaf 2018 opgeleid. Dit gebeurt in fases. We beginnen met KDV PM’ers met een vast contract.

Regel in Wet IKK: Het werken met baby’s vraagt om specifieke expertise. Daarom moeten alle PM’ers die met baby’s werken voor 1 januari 2023 aanvullend opgeleid worden.

Actie voor Op Stoom: We bekijken nog welke training we gaan aanbieden.

Regel in Wet IKK: In het opleidingsplan moet worden beschreven hoe wordt ingezet op de ontwikkeling en kennisverbreding van PM’ers en hoe dit in de praktijk gaat.

Actie voor Op Stoom: Geen, want Op Stoom heeft al een opleidingsplan waarin jaarlijks een aantal verplichte trainingen en vrijwillige workshops wordt aangeboden. Vanaf 2018 wordt kinder-EHBO hierin een verplicht onderdeel voor ieder die nog geen certificaat heeft of van wie het certificaat moet worden verlengd.

Regel in Wet IKK: Maximaal 33% van de formatief benodigde inzet mag bestaan uit beroeps-krachten in opleiding en stagiaires. Dit maximum van 33% wordt berekend op locatieniveau.

Actie voor Op Stoom: Geen, omdat we hier bij het inroosteren altijd al rekening mee houden.

Regel in Wet IKK: Om de ontwikkeling van pedagogisch medewerkers te stimuleren, wordt gestreefd naar een landelijk systeem van permanente educatie. De precieze uitwerking wordt nog door cao-partijen vastgesteld.

Actie voor Op Stoom: Deze regel is nu nog niet duidelijk. We wachten op verdere uitwerking.

Delen
Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestEmail this to someone